Op 17 mei vertrokken vier Utrechtse karateka’s naar Zwitserland voor de Special Training (ST) in St-Maurice. Rond 08.30 stapten we op de trein, rond 18.30 kwamen we aan in het mooie Zwitserse dorpje. Omringd door bergen, watervallen en vele tinten groen, stapten we in een hele andere wereld. De warme herinneringen aan de ST van vorig jaar kwamen direct weer terug toen we door de inmiddels bekende straten liepen op weg naar de voormalige kostschool waar we verbleven.

De slaapzaal op de bovenste verdieping van het statige gebouw is ingedeeld in allemaal aparte hokjes met daarin een kast en een bed, aan de voorkant afgesloten met een gordijn. Dit hokje zou de komende dagen de belangrijke twee vierkante meter zijn waar we ons tussendoor terug konden trekken en op konden laden. Na wat uitpak- en inrichtwerk besloten we naar de pizzeria te gaan, waar we allemaal bekenden van vorig jaar tegenkwamen. St-Maurice is niet groot, en de 46 karateka waaruit de groep bestond namen het straatje met de horeca aardig over op dat moment. We moesten het uitgebreide bijpraten nog even laten wachten, daar hadden we nog dagen de tijd voor en het was wijs om vroeg naar bed te gaan. De wekkers werden gezet voor 04.45, de bedden lagen heerlijk, maar de anticipatie maakte het inslapen toch niet makkelijk.

De volgende dag om 05.00 zat de volledige groep in nog frisse karatepakken netjes opgesteld klaar voor de eerste training. Na een gezamenlijke start werden we opgesplitst in twee groepen. Carmen Sutter leidde de groep van 50 jaar en ouder, en Donato La Rocca leidde samen met Alex Guillen de groep “Under fifties” Bij beide groepen was het doel hetzelfde: zo vaak en intensief trainen dat je denkt dat je de grenzen van wat je aankunt hebt bereikt, om dan te leren dat je jezelf met die gedachten voor de gek houdt. Oshima sensei, de grondlegger van SKA karate zegt: ” We are experts at babying ourselves; we must look at ourselves with the strictest eyes “: we zijn er meesters in om te toegeeflijk te zijn voor onszelf. Daarmee blijf je altijd binnen een beperkt en comfortabel gebied en benut je nooit je volledige potentieel. We zijn zoveel krachtiger dan we weten, en kunnen zoveel meer hebben, zowel op fysiek als mentaal gebied, dan we meestal denken. Bij een Special Training reken je af met de stemmetjes van binnen die je klein houden, en ontdek je een enorme kracht die in je lag te sluimeren. Die kracht neem je vervolgens mee, naar zowel de dojo als de uitdagingen in je dagelijks leven.
Tussen de vele trainingen door had Alain nog een leuke verrassing: hij nam een klein groepje mee om in de de abdij waar de kostschool mee verbonden is achter de schermen te komen kijken. We kregen een uitgebreide rondleiding van Pater Thomas, en leerden van alles over de geschiedenis van zowel als de Abdij en het dorpje St-Maurice zelf. We mochten zelfs in de klokkentoren kijken, wat een extra aantal trappen betekende, maar enorm de moeite waard was.

De verhalen die pater Thomas vertelde over bezinning, toewijding en mentale kracht sloten mooi aan bij waar wij mee bezig waren, iedereen doet het op zijn eigen manier.

Op zondagochtend werd na de ochtendtraining de Special Training afgesloten, maar daarmee was het nog niet klaar: er stond nog een dan-test op het programma. Dan-graden zijn de graden vanaf de zwarte band, en bij SKA zijn dat er vijf in totaal. Voor dojo Utrecht deden er dit jaar twee mensen mee: Ilse voor Shodan (eerste graad) en Jeroen voor Yodan (vierde graad). Uiteraard heel spannend, en er werd al een tijd naartoe getraind. Het publiek verzamelde zich rond 09.00 op de tribune, de examencommissie nam plaats achter de tafel, en het moment brak aan dat alle kandidaten kon laten zien wat ze in huis hadden.

De shodan-kandidaten waren als eerste aan de beurt, en hadden dus het geluk dat ze niet hoefden te wachten. Na het kihon (techniek)-gedeelte, liet iedereen op afroep zijn favoriete kata zien, waarna ze gezamenlijk de verplichte kata, Bassai, toonden. Het is de bedoeling dat je deze kata 5000 keer hebt gelopen voordat je opgaat voor je examen, dus je moet hem kunnen dromen. Het laatste onderdeel was kumite (sparren), in de ippon en sanbon vorm. Door de sterke focus die je als kandidaat hebt, vloog het voorbij, en was dit examen opeens al afgerond.

Er waren geen kandidaten voor de tweede dangraad, dus direct door naar de derde: de Sandan-examens. Het is erg leuk om zo’n examen te zien, en een demonstratie te krijgen van wat er nog in het vooruitzicht ligt voor de juniors. Bij de volgende ronde, die voor de vierde dangraad, mocht Jeroen aan de slag. Er waren zes kandidaten voor deze rang, en ze werden aan een breed scala van tests onderworpen. Een demonstratie van verschillende werptechieken en toepassingen, iai (aanvallen vanaf korte afstand), kata’s en long distance kumite. Dat laatste is een spectaculair gezicht: van een grote afstand lopen twee karateka’s op elkaar af, en op het moment dat ze bij elkaar zijn doen ze allebei tegelijk een aanval. Dit kun je dus niet voorbereiden, want je hebt van te voren geen idee hoe je benen en armen uitkomen op het moment dat je in elkaars gevechtsafstand komt, en het is niet de bedoeling dat je iets in je bewegingen aanpast om even goed uit te komen. Je moet vanuit iedere houding een effectieve aanval kunnen doen. Het is enorm explosief en vereist een hoog vaardigheidsniveau van de karateka’s.
Nadat de examens waren afgelegd volgde het grote wachten. Gelukkig was er nog een laatste lunch gepland, zodat we iets hadden om ons af te leiden. Tijdens de lunch kwam Alex met de uitslag. Van de dertien examenkandidaten waren er in totaal acht geslaagd, en gelukkig gold dat ook voor Jeroen en Ilse: Dojo Utrecht heeft er een Shodan en een Yodan bij!

Het afscheid van de Zwitserse en Duitse karate-collega’s daarna ging gepaard met veel beloftes van snel weer samen trainen en gauw weer terugkomen. Wat een leuke groep mensen was dit! Nagenietend reisde het groepje Utrechters terug naar huis. Met spierpijn en slaapgebrek, maar ook heel veel mooie herinneringen.

























